Geheel tegen de verwachtingen in zijn de mazelen weer teruggekeerd in het publieke debat. Bij bepaalde bevolkingsgroepen heerst de notie dat de mazelen een milde kinderziekte is, een natuurlijk fenomeen van de eerste kinderjaren. Het doorstaan van de ziekte valt daarmee te prefereren boven de gevaren die een mazelenvaccin met zich meebrengt en maakt de herd immunity-algehele immunisatie door 95% van de bevolking te vaccineren- van ondergeschikt belang. Historisch gezien heerste er eenzelfde notie, maar nieuw beschikbare historische data doen het vermoeden sterk groeien dat ook in vroegere tijden de dodelijkheid van de mazelen onderschat werd.

Mayra Murkens onderzoekt als AIO de doodsoorzaken van de inwoners van Maastricht in de periode 1865-1955, en is gespecialiseerd in de medische geschiedenis van de negentiende- en begin twintigste eeuw, met name op het gebied van de openbare gezondheidszorg. Voor meer informatie, zie http://www.shclimburg.nl/onderzoek-0/lopend-onderzoek.

De algehele perceptie van de mazelen in de negentiende eeuw komt overeen met bepaalde hedendaagse geluiden; de mazelen was een ziekte die kinderen nou eenmaal doorliepen, dat hoorde erbij. In vergelijking met andere infectieziekten waar kinderen aan ten prooi konden vallen, was deze ziekte een van de minst zorgwekkende. Helaas was dat niet altijd terecht, want ook aan de mazelen konden kinderen wel degelijk overlijden. Hoewel de Nederlandse overheid behoorlijk terughoudend was op het gebied van de gezondheidszorg in de negentiende eeuw, werd er wel in 1872 een vrij restrictieve Epidemiewet ingevoerd. Daarbij werd het verplicht besmettelijke ziekten, waaronder mazelen, te rapporteren wanneer er een geval bekend was. Vervolgens kon de overheid maatregelen treffen, waarbij de mobiliteit van een gezin waarin een mazelengeval geconstateerd was, sterk beperkt kon worden. Broertjes en zusjes mochten dan niet naar school, en de ouders liepen inkomsten mis door deze maatregel.

Deze wet werd rond de eeuwwisseling weer afgeschaft en het lijkt haast geen toeval dat in het laatste decennium van de negentiende eeuw en in het begin van de twintigste eeuw de mazelensterfte in Maastricht opeens om de twee of drie jaar kenmerkende pieken liet zien. Of dit het gevolg was van een voorheen strikte naleving van de Epidemiewet en daarmee het tegengaan van de verspreiding van de mazelen, ofwel dat de Epidemiewet enkel een correcte registratie van de mazelen verhinderde vanwege angst voor de consequenties, is niet te zeggen. Wel is duidelijk dat de ziekte in deze jaren met de duidelijke sterftepieken veel dodelijker was dan hoe de ziekte toen werd gekarakteriseerd. Geheel onbegrijpelijk is dit niet, want de ziekte zelf was en is vaak niet dodelijk. De sterfgevallen aan mazelen komen voort uit de complicaties die kunnen optreden, zoals longontsteking of bronchitis, die vooral voor kinderen met een door de mazelen verzwakte weerstand fataal konden zijn. Desalniettemin werden en worden sterfgevallen aan deze complicaties door de medische wetenschap toegeschreven aan de mazelen; zonder de mazelen ook niet de complicaties en verzwakte weerstand.

Dankzij unieke bronnen die beschikbaar zijn in Maastricht, is het mogelijk om de mazelensterfte in Maastricht beter onder de loep te nemen. Aan het Sociaal Historisch Centrum Limburg is er de Maastricht Death and Disease Database samengesteld, waarin alle doodsoorzaken van individuen overleden tussen 1864 en 1955 beschikbaar zijn. Dit is gekoppeld aan individuele gegevens, zoals exacte overlijdensdatum, leeftijd, sekse en beroep. Deze koppeling is voor vele gemeenten in dezelfde periode in Nederland niet meer te maken, soms enkel voor een kortere periode. In Maastricht zijn we nu echter in staat een overzicht te krijgen van sterftepatronen in specifieke groepen over een langere periode, bovendien een periode waarin zich een interessante verandering voordoet. Waar aan het einde van de negentiende eeuw veel mensen nog aan infectieziekten overlijden, zegt de demografische geschiedtheorie dat dit aan het begin van de twintigste eeuw langzaam verandert in een patroon waarbij mensen op latere leeftijd overlijden aan degeneratieve zieken en man-made diseases, zoals kanker en hart- en vaatziekten.

Mazelen is hierin een interessante ziekte, want nog tot ver in de twintigste eeuw bleven de mazelen heersen, als waren de grote sterftepieken in Maastricht na 1919 verdwenen. Al eerder beschikbare statistieken hadden ons al kunnen leren dat de laatste grote piek in mazelensterfte in Maastricht in 1919 was. Wat de data uit deze Database kunnen toevoegen, zijn meer specifieke analyses. Zo kunnen we de seizoenssterfte aan mazelen vergelijken met de seizoenssterfte aan longontstekingen en bronchitis. Aangezien longontsteking en bronchitis de meest voorkomende complicaties van de mazelen waren, zou een eigenlijk sterftegeval aan mazelen geregistreerd kunnen zijn als een sterfgeval aan longontsteking of bronchitis. Registratiepraktijken aan het begin van de twintigste eeuw waren nog niet zo sterk gestandaardiseerd als nu, waardoor een eenduidige notering van mazelen met complicatie als doodsoorzaak uitbleef. Waar de mazelen in piekjaren al verantwoordelijk konden zijn voor ongeveer een kwart van de sterfte van de kinderen tussen één en vijf jaar volgens officiële statistieken, is dit aantal dus misschien nog wel groter. Een vergelijking van de seizoenssterfte van mazelen en longontsteking in jaren mét en zonder grote mazelensterfte kan hier meer inzicht in geven. Zo is het mogelijk om te zien of er ook een bijzondere toename was in de geregistreerde doodsoorzaak longontsteking ten tijde van een mazelenuitbraak. Als deze toename erg afwijkt van het normale patroon, is het waarschijnlijk dat dit komt doordat de longontsteking geen op zichzelf staande doodsoorzaak was, maar een complicatie van de mazelen. Dat zou betekenen dat de mazelen als ziekte verantwoordelijk waren voor nog wel meer dan een kwart van de totale sterfte bij jonge kinderen tijdens de uitbraken.

Dankzij de unieke bronnen in Maastricht is het mogelijk om meer inzicht te krijgen in meer specifieke sterftepatronen, die wellicht niet zichtbaar zijn als enkel naar de geaggregeerde gegevens wordt gekeken. In ieder geval bestaat nu het vermoeden dat de mazelen een doodsoorzaak van nog groter belang was in Maastricht aan het begin van de twintigste eeuw, en niet enkel weggezet kan worden als een onschuldige kinderziekte die maar voor lief genomen moest worden. Dit betekent dat ook in ons collectieve geheugen de mazelen een minder onschuldige rol toebedeeld zouden moeten krijgen. De mazelen konden wel degelijk een levensgevaarlijke bedreiging voor jonge kinderen vormen. Het zou goed zijn om dat in het achterhoofd te houden wanneer het neerkomt op de vraag of een mazelenvaccin de beste optie is of niet.